De liederen van de cd Zeeman Jouw Hart Is Op Zee | Tabee Marie | Sloop John B | Samoa Song | Als De Zuidwester Loeit | La Bella Lola | Visserslied | Bora Bora | Rum UitJamaica | Essequibo River | De Visserman | Kotterlied | Mein Vater Vos Ein Dutchman | Vuurtoren Lied | Sailing Home | De Zuiderzee | Neem Mij Mee Kapitein | Sailing Sailing | A-lo-a-é | Windjammer Song | Meisje Ik Ben Een Zeeman | All For Me Groq | -------------------------------------------------------------------------------- Zeeman Jouw Hart Is Op Zee Refrein: Zeeman, jouw hart is op zee. Ga jij maar varen, ga jij maar varen. Zeeman, jouw hart is op zee. Zonder zeelucht ben jij niet tevree. Een zeeman zei de zee vaarwel, voor het leven in de stad. Omdat een kleine jonge vrouw, hem liever bij zich had. De stoere visser deed zijn plicht, maar was geen dag meer blij. Totdat zijn vrouw op zeek’re dag, met iets van weemoed zei. Refrein: De zeeman keek zijn vrouwtje aan, en zei: “Ik blijf bij jouw”. ‘k Hou meer van jou, dan van de zee, al is ze nog zo blauw, Maar ’t vrouwtje schudde zacht haar hoofd, en zei: “Dat is maar schijn Alleen als jij gelukkig bent, kan ik gelukkig zijn. Refrein: Zeeman, jouw hart is op zee. Ga jij maar varen, ga jij maar varen. Zeeman, jouw hart is op zee. Zonder zeelucht ben jij niet tevree. Zonder zeelucht ben jij niet tevree. Tabee, Marie Tabee Refrein: Tabé, Marie tabé, ik ga naar zee, maar denk alleen aan jou. Tabé, Marie tabé, en straks word jij mijn zeemansvrouw. Liefste ik ga weer varen, morgen moet ik naar zee. Maar ik neem als herinnering, jouw lief portretje mee. En op een mooie morgen, zal ik weer voor je staan. Dan zullen in ons kerkje, de bruiloftsklokken slaan. Refrein: Scheepje is uitgevaren, zover bij haar vandaan. Zij stond hem na te staren, met in haar oog een traan. En op een som’bre morgen, hoort zij de noodklok slaan. Zijn scheepje was gezonken, met man en muis vergaan. Refrein: 2x Tabé, Marie tabé, hij ging naar zee, en dacht alleen aan jou. Tabé, Marie tabé, maar jij werd nooit zijn zeemansvrouw.. Sloop John B. We come on the sloop John B. My grandfather and me. Around Nassau Town we did roam. Drinkin` all night, we got in a fight. I feel so break-up, I want tot go home. Refrein: So hoist up the John B sails, see how the main sail sets. Send for the captain ashore, let me go home. Let me go home, let me go home. I feel so break-up, I want to go home. The first ma-te he got drunk. Break up the people `s trunk. Constable had to come and take him away. Sheriff John Stone, please let me alone. I feel so break-up, I want to go home. Refrein: The cook he got to fits. Threw-away all of the grits. Then he-went and ate up all of the corn. Sheriff John Stone, please let met alone. This is the worst trip, I ever was on. Refrein: Samoa Song Op jouw blonde stranden, lig ik graag te dromen. Een meisje in m’ n armen, zo lieflijk en zacht. Maar ’t uur van ons scheiden, zal spoedig gaan komen. Mijn mooie Samoa, er rest nog een nacht. Refrein: Oh, ik zal je nooit vergeten, Samoa ele galoa tu. Oh, ik zal je nooit vergeten, Samoa ele galoa tu. Goodbye mijn Samoa, ik moet je verlaten. Het uur van ons uur scheiden, dat slaat veel te vroeg. Nooit zal ik vergeten, het mooie Api-a. Van je uren der liefde, krijg ik nooit genoeg. Refrein: Oh, ik zal je nooit vergeten, Samoa ele galoa tu. Oh, ik zal je nooit vergeten, Samoa ele galoa tu. Als De Zuidwester loeit. Refrein: Als de Zuid Wester loeit, kan ik des s’nachts niet slapen, dan lig ik te denken aan de vissers ginds op zee. Die voor het dagelijks bestaan hun leven wagen, in donkere nachten ver verwijderd van de ree. Ik zie in mijn gedachten hoe ze strijden menig uur, aan boord van kleine schepen, als een speelbal der natuur. Als de Zuid Wester loeit kan ik des s’nachts niet slapen, dan bid ik in stilte voor die vissers ginds op zee. Een visser moet varen, dat is zijn beroep. In duizend gevaren volgt hij steeds de roep. De ziedende golven verschaffen hem brood. Waarvoor hij moet werken op leven en dood. Refrein: De tijd is gekomen, men vaart weer naar huis. Een goed etmaal stomen en men is weer thuis. De zee heeft gegeven, de vangst was niet slecht. Ja, zo is het leven van visser en knecht. Refrein: La Bella Lola. Cuando en la playa la bella Lola. Su larga cola luciendo va. Los marineros se vuelven locos. Y hasta el piloto pierde el compás. Refrein : Ay que placer sentio yo. Cuando en la playa sacó el pañuelo y me saludó. Luego despues se vino a mi. Me dio un abrazo y en aquel lazo crei morir. Despues de un año de no ver tierra. Porque la guerra me lo impidió. Me fui al puerto donde se hallaba. La que adoraba mi corazón. Refrein: La cubanita lloraba triste. Al verse sola y en alta mar. Y el marinero la consolaba. No llores Lola no te has de ahogar. Refrein: (2x) Visserslied. Als de zon weer verdwijnt aan de haven. Gaan de vissers steeds t`rug naar de zee. En bij storm is hun werk vol gevaren. Maar hun vrouwen die nemen zij niet mee. Refrein: Zij staan aan de kade en hebben vaak angst. Bij vissers telt alleen een grote vangst. Als de zon weer verdwijnt aan de haven. Gaan de vissers steeds t`rug naar de zee. Op een nacht zijn ze niet teruggekomen. Want zij waren een prooi van de zee. Vrouwen stonden verslagen aan de kade. Golven namen de vissers voor altijd mee. Refrein: ALS DE ZON WEER VERDWIJNT AAN DE HAVEN. GAAN DE VISSERS STEEDS T`RUG NAAR DE ZEE . Bora Bora. Bora Bora hee, Bora Bora in Ta-hi-ti-ee, Bora Bora in Ta-hi-ti-ee. Als ich nach Bora Bora kam, und mir den Strand als Zimmer nahm. Streckte ich meine Beine aus, fühlte mich wie Zuhaus. Palmen und Blüten um mich her, klar wie Kristall das blaue Meer. Ein Vogel sang im Mangobaum, alles war wie ein Traum. Bora Bora hee, Bora Bora in Tha-hi-ti-ee, mein Paradies in sommerwind. Wo alle Menschen glücklich sind. Bora Bora hee, Bora Bora in Tha-hi-ti-ee, wo alle gleich die Sonne scheint. Ist jeder des anderen freund. Bora Bora in Tha-hi-ti-ee, Bora Bora in Tha-hi-ti-ee. Zehntausend meilen von Zuhaus, brach dann bei mir das Heimweh aus. Ich denk noch heut mein Herz zerspringt, wenn dieses Lied erklingt. Bora Bora hee, Bora Bora in Tha-hi-ti-ee, mein Paradies im Sommerwind. Wo alle Menschen glücklich sind. Bora Bora hee, Bora Bora in Tha-hi-ti-ee, wo alle gleich die Sonne scheint. Ist jeder des andere Freund. Bora Bora in Tha-hi-ti-ee, Bora Bora in Tha-hi-ti-ee, Bora Bora in Tha-hi-ti-ee, Bora Bora in Tha-hi-ti-ee, Tha-hi-ti-ee! Rum Uit Jamaica. Wij enterden jaren geleden, de prachtige bark “ Santa Fé “ Bracht wijn van Malaga naar Zweden, ’t fijnste hout nam zij weer mee. Toen moest er bij haar laatste tochtje, bij ’t pakhuis iets mis zijn gegaan. Ze werd per vergissing wat docht je’, met tweehonderd vat rum belaa’n. Refrein: Toen dronken de piraten de rum direct uit de vaten. De beste rum faldera, rum faldera, rum faldera. De beste rum faldera, rum uit Jamaica Ja-Ja! De bark kon de rum niet verdragen, het lag haar heel zwaar op de maag. Begon toen te kreunen en te klagen, en zeilde verrekt slecht en traag. Ze stak steeds haar kop onder water, en schudde haar kont en’t roer. De kaptein zei bleekjes “nou gaat er”, de bark gauw naar haar ouwe moer. Refrein: De kaptein zei “weg met die vaten, en donder de rum maar in zee. De crew zei dat zul je wel laten, wij offeren ons op voor de Fee. We hebben de rum opgezopen, piraten die zijn toch niet gek. De bark zeilde weer veertien knopen, en wij zeilden zwalkend aan dek. Refrein: Essequibo River. Essequibo river is the queen of rivers all, buddy tanna na, we are somebody oh. Essequibo river is the queen of rivers all, buddy tanna na, we are somebody oh. Refrein: Somebody oh,somebody oh, buddy tanna na, we are somebody oh. Somebody oh,somebody oh, buddy tanna na, we are somebody oh. Essequibo captain is the king of captains all, buddy tanna na, we are somebody oh. Essequibo captain is the king of captains all, buddy tanna na, we are somebody oh. Refrein: Essequibo bosun is the chief of bosuns all, buddy tanna na, we are somebody oh. Essequibo bosun is the chief of bosuns all, buddy tanna na, we are somebody oh. Refrein: Essequibo sailor is the chief of sailors all, buddy tanna na, we are somebody oh. Essequibo sailor is the chief of sailors all, buddy tanna na, we are somebody oh. Refrein: Essequibo Sally is the queen of Sally’s all, buddy tanna na, we are somebody oh. Essequibo Sally is the queen of Sally’s all, buddy tanna na, we are somebody oh. Refrein: Essequibo river is the queen of rivers all, buddy tanna na, we are somebody oh. Essequibo river is the queen of rivers all, buddy tanna na, we are somebody oh. Refrein: De Visserman. Op zee te moeten zwerven en daarbij veel te derven. Daar weet ik alles van, daar weet ik alles van. Er is geen brood te winnen, wat moet ik gaan beginnen. `k Ben maar een visserman. Refrein: halé, halo, halé, halo, `k ben maar een vissermahahahan, halé, halo, halé, halo, `k ben maar een visserman. Nu heb ik een goed haaltje, dan krijg je `n gat in `t aatje. `t Is boeten dag op dag. (2x) Nu storm dan weer een koeltje, dan weer verspeel je je boeltje. Zo krijg je slag op slag. (2x) Refrein: Nu stil dan weer hard waaien, soms driekwart voor de haaien. Is al je want kapot. (2x) Toch ga je weer aan `t slepen, en nad`ren weer de schepen. Dan gauw de stakelpot. (2x) Refrein: En zaterdag vertrek je, naar huis, dat lieve plekje. En dan kijkt moeder zuur. (2x) Zij zegt: “Alweer geen centen, ik zal nog moeten venten, Al win ik maar de huur. (2x) Refrein: Ik heb `t nog niet vernomen, of die wet er ooit zal komen. Van `t visserman pensioen. (2x) Opdat men, oud van jaren, als men niet meer kan varen. Zich toch zal kunnen voên. (2x) Refrein: Kotterlied. Copyright © Oudeschilder Visserskoor Mein Vader Vos Ein Dutchman. Mein vader vos ein Dutchman, mit mein yaw-yaw, yaw Mein vader vos ein Dutchman, mit mein yaw-yaw, yaw Mein vader vos ein Dutchman und mein mutter vos ein Prussian Mit mein yaw-yaw, yaw. Ich spoke ein funny lingo, mit mein yaw-yaw, yaw. Ich spoke ein funny lingo, mit mein yaw-yaw, yaw. Ich spoke ein funny lingo, katverdoemmenie, o by yingo Mit mein yaw-yaw, yaw Oh mit mein niggerum, buggerum, stinkum, mit mein yaw-yaw, yaw. Oh mit mein niggerum, buggerum, stinkum, mit mein yaw-yaw, yaw. Vell, vi‘ll climb upon der steeples,und vi‘ll spit down on de peoples. Mit mein yaw-yaw, yaw. Und der polisman, fireman, steepleman, mit mein yaw-yaw, yaw. Und der polisman, fireman, steepleman, mit mein yaw-yaw, yaw. Dey all climbs upon de steeple, und dey laugh do all the peoples Mit mein yaw-yaw, yaw. Oh ven I vos ein sailor, mit mein yaw-yaw, yaw. Oh ven I vos a sailor, mit mein yaw-yaw, yaw. Vell vi trink up all der whisky, und it makes us feel damn friskey Mit mein yaw-yaw, yaw. Vi did all de bawdy houses, mit mein yaw-yaw, yaw. Vi did all de bawdy houses, mit mein yaw-yaw, yaw. Und vi hitchum up the trousers, und vi catchum all der louses Mit mein yaw-yaw, yaw. Vi chase all der bretty frauleins, Mit mein yaw-yaw, yaw. Vi chase all der pretty frauleins, Mit mein yaw-yaw, yaw. Und vi chase ‘em und vi tease ‘em, und vi catch ‘em und vi kees ‘em. Mit mein yaw-yaw, yaw. Vuurtorenlied. Copyright © Oudeschilder Visserskoor Sailing Home. Sailin' home across the ocean, sailin' home we're goin' to be free. Down below the crew's in motion, to defy the violence of the sea. Feelin' young, feelin' strong, at the hight of the fight, so nothing can go wrong. We know we'll always wanna be, fighting the sea. Giant waves are rollin' higher, 's gonna be a cold and rainy night. Hands on deck are raw and tired, prayin' for a sign of distant light. Feelin' young, feelin' strong, and the might of the night, is pounding dark and long. We know we'll always wanna be, fighting the sea. But there's the light, and there's the fire. The harbour key, shines dimly on the shore. We can see the steeple spire. And we know , we won the fight once more. Feelin' young, feelin' strong, and tonight came out right. But tomorrow could be wrong. We know we'll always wanna be, fighting the sea. Sailin’ home, sailin’ home. De Zuiderzee. Wanner je eens komt aan de haven, dan staan daar de vissers bijeen. De mannen nog overgebleven, uit jaren zo heel lang gelee. Ze praten nog steeds over vroeger, de jaren van hun Zuiderzee. Die zee maakt hen soms wel eens droevig, om wat hij met hun vrienden dee. Refrein: De Zuiderzee nam vele levens, de Zuiderzee, gaf veel terug. De vissers kenden alle tekens. Wanneer er een storm opstak, zag men dat aan de lucht. Wanneer je eens komt aan de haven, stap dan bij een visser aan boord. Naar je naam zal hij meestal niet vragen, hij neemt dan meteen al het woord. Zijn verhaal gaat nog steeds over vroeger, de jaren van zijn Zuiderzee. Die zee maakt hem soms wel eens droevig, om wat hij met zijn vrienden dee. Refrein: Door armoe gedreven, bleef men veel te lang op zee. Veel zijn er gebleven hun schip ging naar benee, veel zijn er gebleven hun schip ging naar benee. Refrein: Neem Mij mee kapitein. In de haven ligt een prachtig schip, drie masten op haar dek. De bemanning, achttien koppen sterk, brengen het schip naar iedere wereldplek. Met de kapitein varen ze elke koers ook bij heel ruwe zee. Want hij weet wat hij doet, wat zijn schip hebben kan. Daar is hij op zijn best, varend van Oost naar West. Refrein: Neem mij mee kapitein als je zee kiest, neem mij mee voor een prachtige reis. Want het varen met bollende zeilen, doet je wanen in het paradijs. Want de wind, de zee en de sterren, brengen ‘t schip over iedere zee. Neem mij mee kapitein naar de vreemde, met jouw prachtige bark Santa Fee. Neem mij mee kapitein naar de vreemde, want geluk dat vaart met ons mee. Vaak nog sta ik op die havenplek waar lag de Santa Fee. En dan denk ik altijd weer aan haar, dat schip en ‘k wil nog heel graag mee. Maar de kapitein ligt in ’t paradijs rust voor eeuwig naast zijn vrouw. En dat prachtige schip met zijn masten en zeil. Waar is je haven nou. ‘k Heb toch zo’n heimwee naar jou. Refrein: Jaren later deed ik Tessel aan, de haven Oudeschild. Op de Wadenzee voer de bruine vloot, vol in ’t zeil, dat heb ik altijd gewild. Ik ontdekte plots tussen al dat moois weer de oude Santa Fee. Dat geweldige schip. ‘k Was haar jaren lang kwijt. Wat was ik toch ontdaan. Nooit laat ik haar meer gaan. Refrein: Sailing Sailing. Y,heave ho! My lads, the wind blows free. A pleasant gale is on our lee. And soon across the ocean clear. Our gallant barque shall bravely steer. But ere we part from Englands shore tonight. A song we'll sing from love and beauty bright. Then here's to the sailor,and here's to the hart so true. Who will think of him upon the waters blue. Refrein: Sailing, sailing, over the boundless Main. For many a stormy wind shall blow Ere Jack comes home again Sailing, sailing, over the bounding Main, For many a stormy wind shall blow Ere Jack comes home again! The sailors life is bold and free. His home is on the rolling sea. And never a heart more true and brave. Then he who launches on the waves. As far he speeds in distant climes to raom. With y’ho and songs he rides the sparkling foam. Refrein: The tide is flowing witch the gale. Y’heave too my lads set ev’ry sail. The harbours bar we soon shall clear. Farewell once more to home so dear. For when the tempest rages loud and long. That home shall be our guiding star among. Refrein: Alo-a-é. ‘k Denk nog vaak vol weemoed aan die dagen, toen jij met mij deelde lief en leed. ‘k Zal je beeld’nis in mijn hart steeds dragen, daar ik jou, liefste vrouw, nooit vergeet. Vaarwel lief kind, nog steeds bemint, het noodlot scheidde wreed ons van elkander. Uit vol gemoed, een laatste groet, aan jou, die ‘k nimmer meer vergeet. Alo-a-é, Alo-a-é, ik zal je nooit te nimmer weer vergeten. Alo-a-é, Alo-a-é, Samoa, vergeet ik nimmer meer. ‘k Denk nog vaak vol weemoed aan die dagen, toen jij met mij deelde lief en leed. ‘k Zal je beeld’nis in mijn hart steeds dragen, daar ik jou, liefste vrouw, nooit vergeet. Vaarwel lief kind, nog steeds bemint, het noodlot scheidde wreed ons van elkander. Uit vol gemoed, een laatste groet, aan jou, die ‘k nimmer meer vergeet. Alo-a-é, Alo-a-é, ik zal je nooit te nimmer weer vergeten. Alo-a-é, Alo-a-é, Samoa, vergeet ik nimmer meer. Windjammer Song.. Als de Blue Peter wordt gehesen, de loods en sleepboot zijn besteld. De trossen worden los gesmeten, matrozen op hun plaats gebeld. De ruimen worden dichtgeslagen, de ra `s weer op hun plaats gebrast. De boeg van d` kade losgetrokken, gaan we naar zee op volle kracht. Refrein: Wij varen vrij, over de zeeën zo wijd, de wereld ligt open voor ons. Chili, Japan, Madagaskar, Sjanghai, zon en de zee die ons bronst. Ruimen vol met vracht, zeilen we dag en nacht, Naar waar men al op ons wacht. Wij varen vrij, over de zeeën zo wijd, de wereld ligt open voor ons. Elk half uur wordt het glas geslagen, om twaalf uur schiet men ook de zon. De fokken trekken aan de stagen, bij schoot-an schenkt de kap`tein rom. De stuurman moet zijn koers verleggen, en stuurt het wiel tien graden bak. Met de passaatwind in de zeilen, vaart het schip op zijn gemak. Refrein: Na maanden weer bij land gekomen, een loods brengt ons weer veilig in De zeilen worden vlug geborgen, bemanning krijgt een goede zin Straks gaan ze lekker passagieren, geld hebben ze in overvloed. Om drank en vrouwen te versieren, een zeeman weet toch hoe dat moet. Refrein: