Waar de blanke top der duinen Schittert in de zonnegloed En de Noordzee vriendelijk bruisend Neęrlands smalle kust begroet Juich ik aan het vlakke strand: (bis) 'k Heb u lief, mijn Nederland! (bis) Waar het lachend groen der heuvels 't Kleed der stille heide omzoomt Waar langs rijk geladen velden Rijn of Maas of Schelde stroomt Klinkt mijn lied op oude trant: (bis) 'k Heb u lief, mijn Nederland! (bis) Waar de blanke deugd der vaad'ren Nog een gastvrij plaatsje vindt En de vrede in huis en harten Vorst en Volk tezamen bindt juich ik, 't zij op veld of strand: (bis) 'k Heb u lief, mijn Nederland! (bis) Waar onze ouders werken, zwoegen En ons leiden tot de deugd Waar wij door hun trouwe zorgen Wijsheid garen in de jeugd Daar klinkt 't lied van elke kant: (bis) 'k Heb u lief, mijn Nederland! (bis) Blijf gezegend, Land der Vaad'ren Make u eendracht sterk en groot! Blijve 't volk aan Wet en Koning Houw en trouw in nood en dood! Doe zo ieder 't woord gestand: (bis) 'k Heb u lief, mijn Nederland! (bis)