Gloriezang. 1e coupl. Op de bladmuziek. 2. Voor mij-ne schulg droeg Hij smaadheid en hoon, stierf Hij aam’t kruis zelfs voor mij. En door ge-na wacht mij boven een kroon, dat maakt mij zalig en blij.(maakt mij blij) Refr. 3. ‘k Vind daar mijn dier-b’ren voor eeuwig dan weer, Ju-b’lend in d’en-ge-len-rij. Oh, welk een vreugd in die za-li-ge krron, t’is alles glorie voor mij.(ja, voor mij) Refr. 4.‘k hoor dan het koor aan de zee van kristal, ’t bloed van het lam kocht ons vrij. Alles stemt mee in het ganze heelal, oh, wek een glorie voor mij (ja, voor mij)